VVPRbis versus Liquidatiereserve: Welke Strategie Levert het Hoogste Netto Dividend op?
Voor aandeelhouders van een besloten vennootschap (BV) is het uitkeren van een regulier dividend tegen het standaardtarief van 30% roerende voorheffing financieel ongunstig. Gelukkig biedt de Belgische wetgever twee uitzonderlijk voordelige regimes: VVPRbis (Art. 269 §2 WIB92) en de liquidatiereserve (Art. 184quater WIB92).
1. Het VVPRbis-Regime (15% Roerende Voorheffing)
Met VVPRbis kan een KMO dividenden uitkeren aan 15% roerende voorheffing in plaats van 30%. Sinds de reparatiewet van 2022 is de eis dat het kapitaal minstens € 18.550 moest bedragen afgeschaft: elke euro volgestort kapitaal volstaat. De enige voorwaarde is het doorlopen van de wachttijd:
- Boekjaar 1 (jaar van inbreng): Dividend belast aan 30% RV.
- Boekjaar 2: Dividend belast aan 20% RV.
- Boekjaar 3 en later: Dividend belast aan het minimale tarief van 15% RV.
2. De Liquidatiereserve (13,64% Effectieve Druk)
Kan je vennootschap nog niet genieten van 15% VVPRbis, of wil je de winst definitief 'locken'? Dan is de liquidatiereserve het ideale instrument. Bij het vastleggen van de winst betaalt de BV 10% anticipatieve heffing. Wacht je 5 jaar, dan betaal je bij uitkering nog slechts 5% roerende voorheffing. De gecombineerde effectieve belastingdruk bedraagt exact 13,64%. Wacht je tot de vereffening van de vennootschap, dan is de uitkering zelfs 100% belastingvrij (0% bijkomende taks, dus slechts 10% effectief!).